|
De Gelderlander (13 augustus
2008)
Léon Berben laat toetsen licht dansen
Léon Berben uit Keulen is een
organist die zich uitstekend thuisvoelt in de Oude Muziek.
Zijn visie op (half)vergeten meesters als Bruhns, Radeck,
Scheidemann en Lübeck kenmerkt zich door een avontuurlijk
ingekleurd stijlbewustzijn. De ornamentiek sprankelt, de
toetsen lijken licht te dansen en er is altijd weer die
prachtige registratie. Het Nijmeegse König-orgel glinstert
deze dinsdagavond van zoveel inventiviteit.
Maar het klinkt tijdens het goedbezochte recital van de
Nijmeegse Orgelkring ook even zwoel. Dat gebeurt in het
begin van de Chacon in A van Lübeck, wanneer
het tremulantregister de eerste maten lichtjes laat zweven.
In het jongere zusje van dit werk, de Ciaconna van
Radeck, imponeert Berben door de strak vastgehouden grondgedachte,
verankerd in het pregnante basthema. Mooi ook, die volmaakt
egale kettingtrillers.
De evenwichtigheid van berbens spel met zijn trefzekere
frasering horen we eerder op het koororgel. Daar klinkt,
bij wijze van ouverture, Prelude & Fantasia in a
van Byrd. Oude zestiende-eeuwse muziek uit Tudor-engeland
die bij Berben een mediterrane zonnigheid krijgt.
En dan breekt na een uur uiteindelijk de grote finale aan:
Bachs Toccata, Adagio en Fuga in C, BWV 546. De verwachtingen
zijn na het voorafgaande hooggespannen en Berben lost de
belofte feilloos in. Iedereen wordt meegesleept in een verbluffend
swingende vertolking die een volstrekt persoonlijk verhaal
omspant. Geen academische Bach, maar buitelende klanken,
vers van de pers. Helemaal in de traditie van Berbens leermeester
Ton Koopman.
Adembenemend en onvergetelijk.
Maarten-Jan Dongelmans
|