|
Tijdschrift
oude muziek (3/2006)
Bij een variatiewerk van bijna drie
kwartier zou je misschien geneigd zijn te denken aan Brahms
of Rachmaninoff, maar het gaat hier om Hans Leo Hassler.
Terwijl de variatiekunst in zijn tijd vooral improviserend
wird beoefend, mogen we ons gelukkig prijzen dat de 31 variaties
over Ich ging einmal spatieren op papier zijn gezet en bewaard
zijn gebleven.. Wat een geweldig stuk! Van begin tot eind
blijft het boeien, onder meer door een grote diversiteit
aan variaties, zoals homofone en polyfone, eenvoudige en
virtuoze. Léon Berben bespeelt een prachtig instrument
(1561) van Franciscus Patavinus, aflomstig uit het bezit
van de Augsburgse Fugger-familie. Het is niet ondenkbaar
dat Hassler er op heeft gespeeld, evenals zijn jongere broer
Jacob, van wie op deze cd ook enkele stukken zijn te beluisteren:
beide zijn bij deze familie indienst geweest. Naast een
opmerkelijk werk op een bijzonder instrument is hier ook
sprake van een voortreffelijke uitvoering. Deze cd mag u
niet missen !
|